Hoeveel mensen hebben spijt van hun transitie?
Redactie Eerlijkovergender.nl · 31 oktober 2026 · Spijt en welzijn
Het korte antwoord
Niet betrouwbaar bekend
Dat is niet bekend. Het veelgenoemde cijfer van 1 procent telt gedocumenteerde spijt na operaties, en de Gezondheidsraad schrijft dat het aantal personen met spijt op basis van de literatuur niet goed is vast te stellen. Een betrouwbaar hoger cijfer bestaat evenmin.
Wat we weten
- De 1 procent telt gedocumenteerde spijt na operaties.
- Een grote Amsterdamse studie verloor 36 procent uit het zicht.
- Spijt kan pas na jaren of decennia komen.
Wat we niet weten
- Hoeveel mensen spijt krijgen van hormonen of remmers.
- Hoe het de jongeren vergaat die de laatste tien jaar zijn behandeld.
- Hoeveel mensen hun spijt niet melden.

Wat je vaak hoort
Transgender Netwerk schrijft dat een totaalcijfer ontbreekt, en vervolgt: "wel weten we dat volgens onderzoek 1% spijt heeft van (sommige) medische stappen" (bron). Aan de andere kant gaat in de media soms een cijfer van 30 procent stoppers rond.
Wat we weten
De 1 procent komt uit de meta-analyse van Bustos en collega's: 27 studies met 7.928 mensen die een genderbevestigende operatie hadden gehad. Het samengevoegde percentage spijt was 1 procent. De auteurs noemen zelf dat de beoordeling van spijt erg subjectief is en dat gestandaardiseerde vragenlijsten ontbreken (bron). De studie gaat alleen over operaties. Over spijt van hormonen of remmers zegt zij niets.
De grootste Nederlandse studie is die van Wiepjes en collega's onder 6.793 mensen die tussen 1972 en 2015 de Amsterdamse genderpoli bezochten. Spijt werd vastgesteld bij 0,6 procent van de transvrouwen en 0,3 procent van de transmannen die hun geslachtsklieren hadden laten verwijderen. De auteurs schrijven er zelf drie kanttekeningen bij (bron):
- Hun cijfer kan een onderschatting zijn, omdat mensen voor herstelbehandeling naar elders kunnen gaan of spijt kunnen hebben zonder dat te melden.
- Een grote groep (36 procent) kwam na enkele jaren niet meer terug bij de kliniek.
- Spijt werd gemiddeld na 130 maanden geuit, dus het is mogelijk te vroeg om te oordelen over wie in de laatste tien jaar begon.
Wat we niet weten
Over jongeren is de Gezondheidsraad duidelijk. In Nederlandse studies stopte 0 tot 3,5 procent tijdens remmers en 0 tot 2 procent tijdens hormonen (bron). Maar door uitval en korte follow-up kunnen cijfers over stoppen, spijt of detransitie "niet betrouwbaar" worden vastgesteld, "terwijl bekend is dat spijt zich soms pas na meerdere jaren of decennia kan openbaren" (bron). Ook is niet onderzocht wat de veranderde groep jongeren betekent voor het aantal dat later stopt of spijt krijgt (bron).
Het sterkste argument van de andere kant
De klinische studies vinden weinig gedocumenteerde spijt, en geen ervan vindt hoge percentages. De raad wijst er bovendien op dat de 30 procent in de media komt uit een Amerikaanse studie over het ophalen van medicijnen bij de apotheek, waaruit niet volgt dat al die mensen echt gestopt zijn (bron). Overdrijven gebeurt dus aan beide kanten. Stoppen en spijt zijn volgens de raad ook "twee aparte concepten": niet iedereen die stopt heeft spijt, en niet iedereen met spijt stopt (bron).
Het eerlijke antwoord
De 1 procent is een echt onderzoekscijfer, maar het is een ondergrens voor één uitkomst: gedocumenteerde spijt na operaties, vooral in oudere groepen. Het zegt weinig over hormonen en remmers en over de jongeren die de afgelopen tien jaar zijn behandeld. Wie "wel weten we" schrijft, zegt meer dan de bronnen dragen. Wie een hoog percentage noemt, ook. Wat er bekend is over mensen die terugkeren, lees je in Detransitie: wat weten we?
Verder lezen
- De bewering zelf is uitgebreid getoetst op genderkritisch.nl: Heeft maar 1 procent spijt na transitie?
Bronnen
- Transgender Netwerk. Cijfers (thema Media)
- Bustos e.a. (2021). Regret after Gender-affirmation Surgery: A Systematic Review and Meta-analysis of Prevalence
- Wiepjes e.a. (2018). The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study (1972-2015)
- Gezondheidsraad (2026). Achtergronddocument Stoppen, spijt en detransitie
- Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren, advies nr. 2026/12
Dit is informatie en geen medisch advies. Bij elke bewering staat de bron, zodat je alles zelf kunt nalezen. Fout gezien? Mail [email protected].
Veelgestelde vragen over dit onderwerp
Andere vragen over Spijt en welzijn

Hoe vaak komt detransitie voor?
Hoe vaak detransitie voorkomt, weet niemand. Wel laat onderzoek zien waarom mensen stoppen en dat veel van hen buiten beeld van de kliniek blijven.
Spijt en welzijn

Voorkomt transgenderzorg zelfdoding?
Jongeren melden na behandeling minder suïcidale gedachten, maar het bewijs is zwak. Voor zelfdoding zelf is geen effect van behandeling aangetoond, in geen enkele richting.
Spijt en welzijn