Is de commissie van de Gezondheidsraad over transgenderzorg neutraal?

Redactie Eerlijkovergender.nl · 1 november 2026 · Cijfers en debat

Het korte antwoord

Nee

Nee. Volgens prof. Smeehuijzen zijn zes van de twaalf direct of indirect betrokken of betrokken geweest bij de behandeling die zij moesten beoordelen. Uit de eigen verklaringen blijkt een belang bij minstens vier van hen. Eén belanghebbende is al genoeg om een commissie niet neutraal te noemen.

Wat we weten

  • Een commissielid met stemrecht leidt een praktijk voor genderzorg.
  • Twee adviseurs zonder stemrecht werken in de genderzorg en herzien de zorgstandaard.
  • Prof. Smeehuijzen telt zes betrokkenen op twaalf.

Wat we niet weten

  • Welke zes Smeehuijzen bedoelt: hij noemt geen namen.
  • Hoe de stemmen in de commissie lagen.
  • Hoeveel invloed de betrokkenen op de andere leden hadden.
Lege vergaderzaal met een lange witte tafel en bureaustoelen achter glazen wanden
Foto: Pixabay via Pexels

Wat je vaak hoort

Het advies van de Gezondheidsraad van 30 juni 2026 geldt als het gezaghebbende oordeel over de transgenderzorg voor jongeren. De raad noemt die zorg "een zorgvuldig ingericht proces" (bron). Op Kamervragen over de onafhankelijkheid luidde het antwoord: "De Gezondheidsraad is gevraagd om een onafhankelijk advies en het is de verantwoordelijkheid van de Gezondheidsraad om dat te borgen." (bron)

Wat we weten

Prof. mr. J.L. Smeehuijzen schreef in december 2025 in het Nederlands Juristenblad: "De Commissie telt twaalf leden, van wie er zes direct of indirect betrokken zijn of waren bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-seksehormonen." Twee van die zes hebben geen stemrecht, maar de Code tegen belangenverstrengeling maakt daarin volgens hem geen verschil. Namen noemt hij niet (bron).

De Gezondheidsraad publiceert de belangenverklaringen zelf (bron). Daaruit blijkt dit, in de eigen woorden van de betrokkenen:

  • K. Horsnell, commissielid met stemrecht: "Directeur, arts, psycholoog Check-in Genderzorg, full-time", daarnaast vrijwillig arts bij de GGD TransKliniek in Amsterdam. Bij persoonlijke financiële belangen staat "geen"; het formulier noemt daar als voorbeeld een dienstverband bij een bedrijf dat werkt op het gebied van het advies (bron).
  • T.C. van de Grift, commissielid met stemrecht: universitair docent bij Amsterdam UMC, locatie VUmc, en "Mede-eigenaar van Kaleidos GGZ (ggz-instelling voor LHBTI+ volwassenen)". Projectleider van twee door ZonMw gefinancierde onderzoeken, onder meer "Gepersonaliseerde zorg voor personen met genderdysforie", en associate editor van het tijdschrift Transgender Health (bron).
  • H.L. Claahsen, geen stemrecht: kinderendocrinoloog, hoogleraar Geslacht & Gender en coördinator van het Radboudumc Expertisecenter Geslacht & Gender, en lid van de werkgroep die de kwaliteitsstandaard transgenderzorg somatisch herziet (bron).
  • N.M. van Mello, geen stemrecht: gynaecoloog bij Amsterdam UMC, voor 0,1 fte gedetacheerd naar een genderkliniek, lid van de werkgroep die de somatische zorgstandaard herziet en voorzitter van de werkgroep gynaecologische transgenderzorg van de NVOG. De raad schrijft dat dit lid "als structureel geraadpleegd deskundige i.v.m. nevenwerkzaamheden" meedoet (bron).

Het bestuur van de raad zag zelf dus aanleiding om twee mensen het stemrecht te onthouden (bron). Dat is goed om te weten: met dezelfde maatstaf kun je de vraag stellen waarom iemand die een genderpraktijk leidt wel stemrecht kreeg. Bij de overige leden blijkt een belang bij deze zorg niet uit hun verklaring. Dat zegt niet dat er geen belang is: een verklaring is wat iemand over zichzelf invult.

Waarom dit hier zwaarder weegt dan bij andere adviezen

Smeehuijzen noemt redenen die elkaar versterken: de zorg wordt door een kleine groep behandelaars gegeven, die dan ook de eigen praktijk en die van directe collega's beoordeelt; de reputatie van de Amsterdamse kliniek staat op het spel; een negatief advies kan grote praktische gevolgen hebben; en een juridisch oordeel kan later gebruikt worden in procedures. Hij schrijft: "het is al een serieuze vraag of een commissie nog onafhankelijk kan functioneren wanneer één lid een substantieel belang heeft bij de uitkomst van het advies". Ook wijst hij erop dat het criterium al de schijn van belangenverstrengeling is (bron).

Wat we niet weten

Welke zes leden Smeehuijzen bedoelt, schrijft hij niet. Hoe er in de commissie is gestemd en hoeveel invloed de betrokkenen op de andere leden hadden, is van buitenaf niet vast te stellen. Dat laatste is precies het probleem: niemand kan het controleren.

Het sterkste argument van de andere kant

In het antwoord op de Kamervragen staat dat de commissie is samengesteld op wetenschappelijke, klinische, culturele en psychologische expertise, dat de belangen openbaar zijn en dat ook ervaringsdeskundigen met positieve en negatieve ervaringen en klinische experts uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Zweden zijn gehoord. Ook Smeehuijzen zelf is uitgenodigd en heeft schriftelijk gereageerd (bron). Daar komt bij dat een commissie zonder enige praktijkkennis ook kritiek zou krijgen, dat de raad in hetzelfde advies de bewijskracht laag tot zeer laag noemt (bron), en dat Smeehuijzen al eerder kritisch over het Dutch Protocol publiceerde. Ook onze eigen site is niet neutraal; dat zeggen we erbij.

Horen is echter iets anders dan meebeslissen. Deskundigen uit de praktijk kun je als geraadpleegde horen zonder dat ze aan tafel zitten als het oordeel valt.

Het eerlijke antwoord

Dit is ons oordeel. De commissie is niet neutraal: wie meebeslist over de zorg waarin die persoon zelf werkt, heeft een belang, en één zo iemand is al genoeg om de commissie als geheel niet neutraal te noemen. Openbare verklaringen maken dat zichtbaar, maar nemen het niet weg. Daaruit volgt niet dat elke conclusie van het advies onjuist is; dat moet per conclusie worden getoetst. Wel kan het oordeel dat de zorg zorgvuldig is ingericht niet gelden als het oordeel van een neutrale commissie. Wat er over het bewijs bekend is, lees je in Hoe sterk is het bewijs voor genderzorg bij jongeren?

Bronnen

Dit is informatie en geen medisch advies. Bij elke bewering staat de bron, zodat je alles zelf kunt nalezen. Fout gezien? Mail [email protected].

Zo werken we: bronnen en methode

Veelgestelde vragen over dit onderwerp

Andere vragen over Cijfers en debat

Lage score
Oude opengeslagen boeken met een bril op droog gras

Hoe betrouwbaar is de WPATH-richtlijn?

De Standards of Care zijn wereldwijd invloedrijk. Maar in een onafhankelijke beoordeling scoorde de richtlijn 35 procent op zorgvuldigheid, en het hoofdstuk over jongeren berust niet op een systematische review.

Cijfers en debat

Nee
Stapel schriften met versleten randen

Negeerde de Cass Review bijna al het onderzoek?

Nee. De reviews beoordeelden alle 103 studies en gebruikten er 60 voor hun conclusies. Over de 43 studies die buiten de synthese bleven, is wel een serieus debat.

Cijfers en debat

Niet vastgesteld
Staafgrafiek op een geprint rapport

Waarom stijgen de aanmeldingen voor genderzorg?

De aanmeldingen van jongeren zijn sterk gestegen en de groep is anders geworden. Minder stigma speelt aannemelijk mee, maar welke oorzaak het zwaarst weegt, is niet vastgesteld.

Cijfers en debat